ECLI:NL:GHAMS:2004:AR5875
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Den Boer
- Faase
- Rechtspraak.nl
Vervangingsreserve en economische functie bedrijfsunits versus woonhuis in vennootschapsbelasting 1999
Belanghebbende, een besloten vennootschap actief in de verhuur van onroerende zaken, betwistte de aanslag vennootschapsbelasting over 1999. De discussie betrof de toepassing van de vervangingsreserve op de aanschaf van bedrijfsunits in 1999, ter vervanging van een eerder verhuurd woonhuis.
De inspecteur had de vervangingsreserve niet toegelaten als aftrekpost bij de aanschaf van de bedrijfsunits, omdat deze niet dezelfde economische functie vervulden als het woonhuis. Belanghebbende stelde dat verschillen in huuropbrengst, economische levensduur, leegstandsrisico en marktwaarde elkaar compenseerden, waardoor sprake zou zijn van een economische vervanging.
Het hof oordeelde dat de verschillen tussen het woonhuis en de bedrijfsunits te groot en van verschillende aard waren om te spreken van eenzelfde economische functie. De bedrijfsunits waren bestemd voor verhuur aan ondernemingen, hadden een hogere huuropbrengst, een kortere economische levensduur en een hoger leegstandsrisico dan het woonhuis. Daarom moest de vervangingsreserve worden toegevoegd aan de winst in 1999.
De beroepsgrond van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting bleef gehandhaafd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De vervangingsreserve wordt niet toegepast op de bedrijfsunits en wordt aan de winst toegevoegd, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.