ECLI:NL:HR:2006:AU8196
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over vervangingsreserve bij beleggingsvastgoed
Belanghebbende, een onderneming die zich richt op het verhuren van onroerende zaken, had een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen over 1999. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het beroep bij het Hof werd ongegrond verklaard. Het geschil betrof de toepassing van de vervangingsreserve op bedrijfsunits die belanghebbende had aangeschaft ter vervanging van een eerder verkocht beleggingspand.
Het Hof oordeelde dat het pand en de bedrijfsunits niet dezelfde economische functie vervulden, waardoor de vervangingsreserve niet toegepast kon worden op de bedrijfsunits. De Hoge Raad stelde echter dat de bedrijfsunits als vervangende bedrijfsmiddelen moeten worden aangemerkt omdat zij dezelfde economische functie vervullen binnen de onderneming. De door het Hof genoemde verschillen waren onvoldoende om dit te weerleggen.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad de subsidiaire stelling van de Inspecteur dat het om een uitbreidingsinvestering zou gaan. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, stelde de aanslag bij tot een lager belastbaar bedrag en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart beroep gegrond, vernietigt uitspraak Hof en Inspecteur, vermindert aanslag en wijst zaak terug.