ECLI:NL:GHAMS:2004:BP6300
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Huijzer
- D.P. Ruitinga
- Butzelaar
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij aanrijding door onvoldoende afstand houden na remmen voor overstekende eend
Op 7 januari 1994 reed appellant met een Opel over een provinciale weg toen hij moest remmen voor een overstekende eend. De achteroprijdende bestuurder, R, reed met een Mazda en botste achterop de Opel. R gaf aan zelf aansprakelijk te zijn vanwege onvoldoende afstand houden. Stad Rotterdam, de verzekeraar van R, voerde aan dat R voldoende afstand hield en dat appellant plotseling en onnodig krachtig remde.
Het hof stelt vast dat het voorkomen van een aanrijding met een dier op de weg een normaal verkeersrisico is waar rekening mee moet worden gehouden. De achteroprijder moet daarom voldoende afstand houden om tijdig te kunnen stoppen, ook bij onverwachte gebeurtenissen zoals plotseling remmen van de voorligger.
Het hof oordeelt dat R onvoldoende afstand hield en daardoor onrechtmatig handelde jegens appellant. Stad Rotterdam krijgt de gelegenheid bewijs te leveren dat appellant plotseling en onnodig krachtig remde, wat een mogelijke verzachtende omstandigheid kan zijn. De zaak wordt aangehouden voor het horen van getuigen en verdere bewijslevering.
Het arrest volgt op een eerdere vernietiging door de Hoge Raad en behandelt de volledige zaak opnieuw. Het hof wijst op de noodzaak van een zorgvuldige bewijsvoering en houdt verdere beslissing aan tot na het bewijsproces.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering over het remgedrag van appellant en verdere beslissing.