ECLI:NL:HR:2001:AB1065
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over aansprakelijkheid bij kop-staartbotsing en verwijst terug
Op 7 januari 1994 vond een kop-staartbotsing plaats op een provinciale weg tussen Bergambacht en Gouda, waarbij de auto van de verzekerde van Stad Rotterdam op de achterzijde van de auto van [verweerder] botste. [Verweerder] vorderde schadevergoeding van Stad Rotterdam wegens de aanrijding. De Rechtbank wees de vordering af, maar in hoger beroep stelde het Hof vast dat de bestuurder van de auto van Stad Rotterdam zijn voertuig niet tijdig tot stilstand had gebracht. Het Hof oordeelde dat Stad Rotterdam de door haar gestelde toedracht van het ongeval moest bewijzen.
De Hoge Raad stelt in cassatie dat de bewijslast voor de aansprakelijkheid bij de eiser ([verweerder]) ligt op grond van art. 177 Rv Pro en dat het Hof niet duidelijk heeft gemaakt of het van deze hoofdregel is uitgegaan. Indien het Hof een uitzondering op deze hoofdregel heeft aangenomen, ontbreekt een deugdelijke motivering. De enkele omstandigheid dat de bestuurder van de Stad Rotterdam-auto niet tijdig stopte, is onvoldoende als motivering. Ook is het oordeel van het Hof dat de door [verweerder] gestelde toedracht voorshands vaststaat onbegrijpelijk zonder nadere onderbouwing.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof Den Haag en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad [verweerder] in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Den Haag wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling.