ECLI:NL:GHAMS:2005:AS5147
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugbetaling subsidie en invloed op belastbaar inkomen 2000
Belanghebbende, werkzaam als makelaar en ondernemer, ontving in 1999 een subsidie van €98.000 voor onderhoud aan privé onroerend goed. Na verkoop van het pand in 1999 werd in 2003 een bedrag van €73.500 terugbetaald aan de Woningdienst Amsterdam. De inspecteur hield in de aanslag 2000 geen rekening met deze terugbetaling.
Belanghebbende stelde dat de terugbetalingsverplichting al in 1999 ontstond en dat de inspecteur daarom in 2000 rekening had moeten houden met de terugbetaling. Het hof oordeelde dat de subsidie als voordeel uit vermogen wordt gezien en de terugbetaling als negatief voordeel. Voor opname in het belastbaar inkomen is beslissend wanneer de terugbetalingsverplichting vorderbaar en inbaar is geworden.
De Woningdienst Amsterdam stelde zich pas in december 2002 op het standpunt dat 75% van de subsidie moest worden terugbetaald, wat ook leidde tot een factuur. De terugbetalingsverplichting was discretionair en niet onvoorwaardelijk. Daarom was er in 2000 nog geen vordering die vorderbaar en inbaar was. De inspecteur heeft de aanslag 2000 terecht gehandhaafd zonder rekening te houden met de terugbetaling.
Het hof wees het beroep ongegrond en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat terugbetalingen van subsidies pas in aanmerking kunnen worden genomen in het jaar waarin zij vorderbaar en inbaar zijn, niet eerder.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2000 gehandhaafd.