ECLI:NL:GHAMS:2005:AT3607
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.G.A. Stille
- W.J.J. Los
- P.J.N. van Os
- Rechtspraak.nl
Schorsing gerechtsdeurwaarder wegens onvoldoende beheer derdengelden en gebrekkige administratie
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep de klacht van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) tegen een gerechtsdeurwaarder behandeld. De klacht betrof een negatieve bewaringspositie, onvoldoende inzage in boekhoudkundige bescheiden, het niet tijdig afdragen van derdengelden en het niet voldoen aan wettelijke eisen omtrent kwaliteitsrekeningen en rentevergoeding aan cliënten.
Uit het onderzoek van het BFT en de stukken bleek dat de gerechtsdeurwaarder sinds 2001 een structureel negatief kantoorvermogen en liquiditeitspositie had, met een bewarings- en liquiditeitstekort oplopend tot circa € 238.000. De administratie was onvoldoende bijgewerkt, en de omzetting van bankrekeningen naar kwaliteitsrekeningen was traag. De gerechtsdeurwaarder had onvoldoende aangetoond dat hij de bewaringspositie onder controle had en had niet voldaan aan de verplichting tot tijdige afdracht van gelden.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder onvoldoende had gereageerd op de klachten en tekortkomingen, ondanks meerdere termijnen en kansen. De handelwijze werd als uiterst laakbaar beschouwd vanwege het belang van correcte bewaringsposities en het vertrouwen van cliënten. Het hof bevestigde de door de kamer opgelegde maatregel van schorsing voor de duur van één maand en wees het beroep van de gerechtsdeurwaarder af.
De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van de Gerechtsdeurwaarderswet en de Administratieverordening, met name ten aanzien van het beheer van derdengelden, het voeren van een transparante administratie en het tijdig voldoen aan financiële verplichtingen jegens cliënten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de schorsing van de gerechtsdeurwaarder voor de duur van één maand wegens onvoldoende beheer van derdengelden en gebrekkige administratie.