ECLI:NL:GHAMS:2005:AT8150
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- E.M. Vrouwenvelder
- J.J.A.M. Kennis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsbevoegdheid en waardebepaling omzetbelasting bij onttrekking goederen aan douanetoezicht
Belanghebbende plaatste goederen onder de regeling extern communautair douanevervoer in België, waarna deze goederen tijdens transport naar Nederland werden gestolen. De Belgische douane stelde vast dat het bewijs van rechtmatige beëindiging van de regeling ontbrak en startte een invorderingsprocedure voor omzetbelasting. De Nederlandse douane nam de invordering over nadat bleek dat de goederen in Nederland waren onttrokken aan het douanetoezicht.
Belanghebbende betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse douane tot heffing van omzetbelasting en voerde aan dat de Belgische douane reeds heffingsbevoegd was en dat de procedure volgens artikel 450ter UCDW niet was gevolgd. Tevens stelde zij dat de waardebepaling van de Nederlandse douane onjuist was en dat de uitnodiging tot betaling onvoldoende was gemotiveerd.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse douane terecht heffingsbevoegd is, omdat de onttrekking aan het douanetoezicht in Nederland plaatsvond. De procedure van artikel 450ter UCDW was correct toegepast, en de Nederlandse douane was niet gebonden aan de door de Belgische douane vastgestelde lagere waarde. De waardebepaling op basis van de commerciële factuur was juist. De grief over onvoldoende motivering werd verworpen. De uitnodigingen tot betaling werden gehandhaafd, maar ambtshalve verminderd. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Nederlandse douane is heffingsbevoegd en de uitnodiging tot betaling omzetbelasting wordt gehandhaafd zoals verminderd tot € 83.617,86.