ECLI:NL:HR:2009:AZ7994
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse douane tot invordering omzetbelasting bij onttrekking goederen tijdens grensoverschrijdend douanevervoer
Belanghebbende, een Belgische vennootschap, had goederen onder extern communautair douanevervoer geplaatst die tijdens het transport naar Nederland werden gestolen. De Belgische douane vorderde omzetbelasting, maar kon geen bewijs leveren van beëindiging van het douanevervoer. De Nederlandse douane startte vervolgens een invorderingsprocedure en stuurde een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting.
Het Hof oordeelde dat de Nederlandse douane bevoegd was tot heffing van omzetbelasting over de onttrokken goederen in Nederland, ondanks dat de Belgische en Nederlandse douaneautoriteiten elkaar niet volledig hadden geïnformeerd volgens artikel 450ter van de Uitvoeringsverordening Communautair douanewetboek (UCDW). Belanghebbende stelde in cassatie dat de invorderingsprocedure niet aan de Nederlandse douane was overgedragen.
De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat artikel 450ter UCDW geen beperking inhoudt voor de Nederlandse douane om omzetbelasting te heffen op goederen die in Nederland aan het douanetoezicht zijn onttrokken. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse douane tot invordering van omzetbelasting over de onttrokken goederen.