ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0785
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof matigt boete wegens vijfde verzuim inkomstenbelasting na overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende diende voor het jaar 1999 zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen niet tijdig in, evenals voor de jaren 1994 tot en met 1998. Voor vier eerdere verzuimen had de inspecteur reeds boetes opgelegd. Het hof constateert dat sprake is van een vijfde verzuim en dat de eerdere verzuimen aan belanghebbende bekend waren.
De boete was oorspronkelijk vastgesteld op f.2.500, passend bij de ernst van het verzuim en het beleid van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. Belanghebbende voerde onvoldoende feiten aan die tot afwezigheid van alle schuld konden leiden. Wel stelde het hof vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep in cassatie was overschreden met circa twee jaar en zes maanden, wat niet gecompenseerd kon worden door voortvarendheid in eerdere procesfasen.
Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof de boete tot f.2.000. Proceskosten werden niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De boete wegens het vijfde verzuim wordt gematigd van f.2.500 tot f.2.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.