ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4326
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J.P.F. Slijpen
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op doorverkoop aandelen vastgoedlichaam
Belanghebbende, een vennootschap actief in vastgoedontwikkeling en -beheer, oefende een optie uit tot aankoop van aandelen in AOGF B.V., eigenaar van een kantoorgebouw. Kort na de uitoefening van deze optie verkocht belanghebbende de aandelen aan een derde partij, E N.V., waarbij zij een aanzienlijk financieel voordeel behaalde.
De inspecteur stelde dat dit voordeel niet onder de deelnemingsvrijstelling viel en verhoogde de belastbare winst van belanghebbende met circa €7,7 miljoen. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat het voordeel vrijgesteld moest worden op grond van de deelnemingsvrijstelling.
Het Hof onderzocht de feiten, waaronder de koopoptie, de doorverkoopovereenkomst, de rol van een tussenliggende vennootschap Z N.V. en de feitelijke risico's die belanghebbende liep. Het Hof concludeerde dat belanghebbende geen economische eigenaar was van de aandelen, omdat zij verzekerd was van doorverkoop aan E N.V. en geen reëel leverings- of waarderisico droeg.
Daarmee was het behaalde voordeel niet toe te rekenen aan een deelneming in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Ook het argument dat het voordeel voortkwam uit het bezit van een optie werd verworpen, mede gelet op het Falconsarrest. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling economische eigendom en het dragen van risico's essentieel zijn, en dat loutere doorverkooptransacties zonder risico niet onder de vrijstelling vallen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.