ECLI:NL:HR:2006:AY9986
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over deelnemingsvrijstelling bij optie op aandelen
Belanghebbende kreeg een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over een belastbaar bedrag van ƒ 7.025.700, welke aanslag na bezwaar en beroep bij het hof werd gehandhaafd. Het hof oordeelde dat de winst uit de verkoop van aandelen in G niet viel onder de deelnemingsvrijstelling omdat belanghebbende niet de juridische of economische eigendom van de aandelen had en de optie niet was bedoeld om de aandelen te houden.
De Hoge Raad stelde dat het hof ten onrechte de deelnemingsvrijstelling niet toepaste. Bij uitoefening van een optie op een deelneming geldt als verkrijgingsprijs de optie-uitoefenprijs en is de deelnemingsvrijstelling van toepassing op de winst bij doorverkoop, ook als er geen risico is gelopen tijdens het bezit. De intentie om de aandelen direct door te verkopen staat dit niet in de weg, tenzij de aandelen als voorraad kwalificeren.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met toepassing van deelnemingsvrijstelling.