ECLI:NL:GHAMS:2005:AU6414
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van uittreden advocaat uit maatschap en waardering ondernemingsvermogen
Belanghebbende, een advocaat, trad in 2000 uit een maatschap en zette zijn praktijk voort binnen hetzelfde kantoor. Bij zijn uittreden ontving hij een vergoeding voor de meerwaarde van panden die tot het ondernemingsvermogen werden gerekend. De inspecteur stelde dat geen sprake was van staking en weigerde toepassing van het bijzondere tarief.
Het geschil betrof onder meer of het pand a-straat 3/4 in 1995 tot het ondernemingsvermogen mocht worden gerekend, of in 2000 sprake was van staking waarop stakingsfaciliteiten van toepassing zijn, en of een post onderhanden werk terecht in de winst was begrepen.
Het hof oordeelde dat het pand a-straat 3/4 terecht tot het ondernemingsvermogen werd gerekend gezien de intentie om de praktijk daar te vestigen en het feit dat het pand in één koop werd verworven. Verder werd geoordeeld dat de voortzetting van de advocatenpraktijk binnen dezelfde naam en kantoorruimte betekende dat geen staking had plaatsgevonden, waardoor stakingsfaciliteiten niet van toepassing waren.
Ten aanzien van de post onderhanden werk stelde het hof dat activering hiervan conform goed koopmansgebruik was en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze post niet had mogen worden geactiveerd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.