ECLI:NL:GHAMS:2005:AU7787
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- A.C. Faber
- J.C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Geen causaal verband tussen ongeval en invaliditeit, uitkering afgewezen
In deze zaak staat centraal of verzekerde blijvend invalide is geraakt als gevolg van een ongeval tijdens zijn werk op een schip. Na het ongeval in januari 1990 is verzekerde meerdere malen medisch onderzocht. Diverse rapporten van neurologen en psychiaters geven aan dat de invaliditeit mede het gevolg is van eerdere en andere oorzaken, zoals een degeneratief hersenproces en alcoholabusus.
De erfgename vordert uitkering op grond van de polis, maar de verzekeraar betwist het causaal verband tussen het ongeval en de invaliditeit. Het hof bevestigt dat de bewijslast bij de erfgename ligt en dat de verzekeraar terecht een aanvullend bindend rapport mocht opvragen, ook zonder de verzekerde daarvan op de hoogte te stellen.
Het aanvullende rapport van neuropsychiater Koelen concludeert dat de invaliditeit deels voortkomt uit preëxistente en posttraumatische factoren die niet aan het ongeval zijn toe te schrijven. Het hof oordeelt dat de erfgename onvoldoende feiten heeft gesteld om het causaal verband te bewijzen en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de vordering afwijst.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van een causaal verband tussen het ongeval en de invaliditeit.