ECLI:NL:GHAMS:2006:AV7575
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt aansprakelijkheid inlener voor belastingschulden dochtervennootschappen
X BV heeft werknemers van dochtervennootschappen van AL BV ingeleend die werkzaamheden voor haar verrichtten. Deze dochtervennootschappen hebben echter hun loonheffing en omzetbelasting niet volledig voldaan. De Belastingdienst stelde X BV aansprakelijk voor een bedrag van €15.027 op grond van artikel 34 Invorderingswet Pro 1990.
X BV voerde aan dat zij geen doorlener was en dat de aansprakelijkstelling onjuist en te hoog was. Het hof oordeelde dat X BV wel degelijk als doorlener fungeerde, omdat de werknemers onder haar toezicht en leiding werkten. De ontvanger had aannemelijk gemaakt dat betalingen correct waren afgeboekt en dat de toedeling van de belastingschulden juist was.
Verder faalde het beroep van X BV op het zorgvuldigheidsbeginsel en de stelling dat zij te goeder trouw was. Omdat X BV geen bewijs leverde dat de toegewezen aansprakelijkheid onjuist was, werd het beroep ongegrond verklaard. De proceskosten werden niet aan een partij toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van X BV ongegrond en bevestigt de aansprakelijkstelling voor €15.027.