ECLI:NL:GHAMS:2006:AV8265
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- A.C. Faber
- J.C.W. Rang
- Rechtspraak.nl
Geen merkinbreuk door gebruik van woord- en beeldmerk McSmart naast McDonald’s
In deze zaak stond de vraag centraal of het gebruik van het Benelux woord- en beeldmerk 'McSmart' door [A] inbreuk maakte op de merkrechten van McDonald’s, dat een serie merken voert met het prefix 'Mc'. McDonald’s stelde dat het prefix 'Mc' door seriegebruik een verhoogde onderscheidende kracht heeft gekregen en dat het publiek daardoor een verband zou leggen tussen haar merken en die van [A].
De rechtbank had de vorderingen van McDonald’s afgewezen, omdat de waren waarvoor de merken werden gebruikt niet soortgelijk waren en het publiek geen verband zou leggen tussen de merken. In hoger beroep handhaafde het hof deze beoordeling. Het hof oordeelde dat het prefix 'Mc' weliswaar onderscheidend vermogen heeft door seriegebruik, maar dat het deel van het merk dat op het prefix volgt niet zonder betekenis is en bij de beoordeling betrokken moet worden. Het woord 'smart' wijst begripsmatig in een andere richting dan de fast-foodwereld van McDonald’s.
Verder concludeerde het hof dat de visuele en auditieve verschillen tussen de merken aanzienlijk zijn, mede door de toevoeging van een kameleon in het beeldmerk van [A] en de andere context van gebruik (reformartikelen versus fastfood). McDonald’s slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het publiek een verband legt tussen haar merken en die van [A]. Ook het beroep op handelsnaamrecht en nietigheid van de merkregistratie van [A] faalde.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde McDonald’s in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van McDonald’s af wegens onvoldoende merkinbreuk.