ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2127
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding Draaiboek en Nieuwsbrieven in Rekeningenproject navorderingsaanslagen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de inspecteur, waarbij hij inzage verlangde in het integrale Draaiboek en de Nieuwsbrieven van het Rekeningenproject. De inspecteur weigerde volledige openbaarmaking met beroep op artikel 8:29 Awb Pro, stellende dat bepaalde passages van controlestrategische aard geheim moeten blijven.
Het hof stelt vast dat het Draaiboek en de Nieuwsbrieven als 8:42-stukken integraal in beginsel aan belanghebbende moeten worden verstrekt, tenzij zwaarwichtige redenen geheimhouding rechtvaardigen. Het hof benadrukt dat de beoordeling van geheimhouding idealiter door een andere kamer dan die van de hoofdzaak dient te geschieden, wat hier is toegepast.
Na zorgvuldige belangenafweging oordeelt het hof dat het belang van de Belastingdienst bij geheimhouding van controlemethoden, werkwijzen, en privacygevoelige gegevens zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij volledige openbaarmaking. Tegelijkertijd dient beleidsmatige informatie, cijfermatige overzichten en statistieken wel openbaar te worden gemaakt om belanghebbende in staat te stellen zijn rechtspositie adequaat te beoordelen.
Het hof wijst op de zorgvuldige motivering van de inspecteur omtrent de hoogte van de aanslagen en de identificatiemethode, waardoor het beginsel van fair play niet wordt geschonden. De tussenuitspraak bepaalt de mate van geheimhouding en stelt nadere beslissingen aan. Tegen deze tussenuitspraak staat geen cassatie open.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het Draaiboek en de Nieuwsbrieven integraal als op de zaak betrekking hebbende stukken moeten worden ingebracht, maar dat zwaarwichtige redenen geheimhouding van bepaalde passages rechtvaardigen.