ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0067
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen en boetes wegens buitenlandse bankrekeningen bij KB-Luxembourg
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1992 tot en met 2000, gebaseerd op gegevens van microfiches afkomstig van de KB-Luxembourg bank. De inspecteur stelde dat belanghebbende en zijn echtgenote houder waren van deze rekeningen en legde boetes van 100% op wegens opzet tot belastingontduiking.
Belanghebbende betwistte het rekeninghouderschap en de juistheid van de aanslagen, stelde dat de fotokopieën niet als bewijs mochten worden gebruikt en verwees naar overschrijding van de navorderingstermijn. Het Hof oordeelde dat de fotokopieën als bewijs mochten worden gebruikt en dat het vermoeden van rekeninghouderschap niet overtuigend was weerlegd. De inspecteur had een redelijke schatting gemaakt van de correcties, hoewel de factor 1,5 werd geëlimineerd.
De boetes werden passend geacht gezien het opzet en de omvang van de niet opgegeven tegoeden, maar werden gematigd tot 64% vanwege de onzekerheidsmarge in de schatting en overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard voor zover de aanslagen en boetes werden verminderd. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte gegevensverstrekking bij buitenlandse rekeningen en de toepassing van omkering van de bewijslast, maar benadrukt ook de noodzaak van redelijke schattingen en proportionele boetetoepassing.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en boetes worden verminderd; boetes vastgesteld op 64% van de nagevorderde belasting.