ECLI:NL:GHAMS:2006:AX9107
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing garagevergoeding directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende, een houdstermaatschappij, verstrekte aan haar directeur-grootaandeelhouder (dga) een garagevergoeding voor het stallen van een ter beschikking gestelde auto. De vergoeding betrof zowel achteraf betaalde bedragen over 1997 tot en met 2000 als vooruitbetaalde bedragen voor 2002 en 2003.
De inspecteur kwalificeerde deze vergoedingen als loon en legde een naheffingsaanslag op. Belanghebbende voerde aan dat sprake was van een belastingvrije vergoeding, onder meer op grond van een mondelinge afspraak uit 1997 en het karakter van de vergoeding als vrije vergoeding of intermediaire kosten.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de afspraak over de vergoeding eerder dan eind 2001 was gemaakt. De vergoeding-achteraf kon niet als vrije vergoeding worden aangemerkt omdat dergelijke vergoedingen maatschappelijk ongebruikelijk zijn en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld. Voor de vooruitbetaalde vergoeding vanaf 2002 was de wet gewijzigd, waardoor dergelijke vergoedingen expliciet als belast loon worden aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de garagevergoedingen worden als belast loon aangemerkt.