ECLI:NL:HR:2001:AB0507
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert naheffingsaanslag loonbelasting wegens onjuiste kwalificatie garagevergoeding
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1996 en 1997 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd wegens een vergoeding die zij betaalde aan haar directeur voor het stallen van een ter beschikking gestelde auto in diens privégarage. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de vergoeding tot het belastbare loon behoorde.
De Hoge Raad benadrukte dat de systematiek van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 uitgaat van een forfaitaire waardering van het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto, waarbij vergoedingen voor door de werknemer gemaakte kosten onbelast kunnen blijven. De vergoeding voor het stallen van de auto in een privégarage valt niet onder het begrip werkruimte en behoort daarom niet tot het belastbare loon.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en de uitspraak van de inspecteur, en stelde de aanslag lager vast. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen. Hiermee werd bevestigd dat de vergoeding voor het stallen van de auto in een privégarage niet belastbaar is.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd omdat de vergoeding voor het stallen van de auto in een privégarage niet tot het belastbare loon behoort.