ECLI:NL:GHAMS:2006:AX9672
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- J.C.M. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende mocht vertrouwen op vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap en voormalig ondernemer, was het niet eens met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1998. Na diverse correspondentie en gesprekken met de Belastingdienst ontstond bij belanghebbende het vertrouwen dat de navorderingsaanslag zou worden vernietigd.
Het hof beoordeelde dat de brief van de inspecteur van 25 november 2004 als uitspraak op bezwaar moest worden aangemerkt, ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing. Het beroepschrift was te laat ingediend, maar niet-ontvankelijkverklaring werd achterwege gelaten vanwege de onduidelijkheid over het te betalen bedrag.
Uit correspondentie en telefoongesprekken bleek dat belanghebbende een toezegging van de inspecteur had ontvangen dat de navorderingsaanslag zou worden vernietigd als onderdeel van een finale regeling. De inspecteur kon hieraan op grond van het vertrouwensbeginsel worden gehouden. De latere mededeling dat de aanslag niet zou worden vernietigd maar verminderd, was onvoldoende duidelijk en tijdig herroepen.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. Belanghebbende mocht dus in redelijkheid vertrouwen op de vernietiging van de navorderingsaanslag.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 wordt vernietigd.