ECLI:NL:GHAMS:2006:AY9303
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- G.T.K. Meussen
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemingsverlies bij oninbare vordering na verkoop onderneming
Belanghebbende verkocht zijn onderneming per 1 januari 1997 aan een besloten vennootschap, waarbij betaling in termijnen en een rentevergoeding waren overeengekomen. Na de overdracht ontstonden geschillen over de waardering van het onderhanden werk en de betalingsverplichtingen. De koper werd failliet verklaard en kon niet volledig voldoen aan de betalingsverplichtingen.
Belanghebbende bracht het verlies op de vordering fiscaal in aftrek als ondernemingsverlies. De inspecteur stelde dat de vordering tot het privévermogen behoort, omdat de onderneming was overgedragen en geen gerede kans bestond dat de exploitatie weer voor rekening van belanghebbende zou komen.
Het Hof oordeelde dat geen bijzondere bedingen aanwezig waren die een gerede kans op voortzetting van de exploitatie voor rekening van koper boden. Ook was geen sprake van een langlopende liquidatie. De nieuwe onderneming van belanghebbende, gestart in 1998, was geen voortzetting van de oude en de vordering kon niet tot het nieuwe ondernemingsvermogen worden gerekend.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verlies niet als ondernemingsverlies erkend. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verlies op de vordering wordt niet als ondernemingsverlies erkend.