ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ2285
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hof vermindert naheffingsaanslag en boete wegens anoniementarief loonbelasting
Belanghebbende, een VOF actief in de schoonmaakbranche, kreeg een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd wegens het niet correct vaststellen van de identiteit van werknemers volgens de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet op de identificatieplicht (WID). De inspecteur stelde vast dat bij 38 van de 62 werknemers gebreken waren in de identiteitsbewijzen, waaronder onduidelijke kopieën, afwijkende handtekeningen en ontbrekende verblijfsvergunningen.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag van €35.727 en een vergrijpboete van 50% op, welke in bezwaar werden verminderd. Belanghebbende stelde dat zij aan haar verplichtingen had voldaan en dat de gebreken niet kenbaar waren vanwege gebrekkige overheidsinformatie. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet in redelijkheid kon aannemen dat alle documenten echt waren en dat sprake was van grove schuld.
Het hof stelde vast dat voor twee werknemers geen kopie van een identiteitsbewijs aanwezig was en dat voor vijftien werknemers extreme gebreken aan de kopieën bestonden, waarvoor het anoniementarief terecht was toegepast. Voor twee werknemers werden de gebreken als twijfelgevallen erkend en de naheffingsaanslag dienovereenkomstig verminderd. De boete werd verminderd tot 25% en verder met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van de inspecteur en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €29.348 en de boete tot €6.603.