ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ2574
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- J. den Boer
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over herziening onderlinge inkomensverdeling bij inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende had bij de aangifte inkomstenbelasting 2003 de inkomsten uit de eigen woning volledig aan zichzelf toegerekend, terwijl zijn partner tegelijkertijd aangifte deed. De inspecteur legde aanslagen op waarbij de partner-aanslag op 17 december 2004 werd vastgesteld en onherroepelijk werd geacht. Belanghebbende diende echter op 31 mei 2005 een bezwaarschrift in om de verdeling van de inkomsten te herzien.
De rechtbank Haarlem oordeelde dat herziening niet mogelijk was omdat de partner-aanslag onherroepelijk vaststond. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Tijdens de zitting verklaarde de partner dat zij de aanslag nooit had ontvangen, wat het hof geloofwaardig achtte.
Het hof stelde vast dat de aanslag pas onherroepelijk wordt als er geen rechtsmiddelen meer openstaan en dat de termijn voor bezwaar zes weken bedraagt. Omdat de partner de aanslag niet had ontvangen, kon niet worden geoordeeld dat zij in verzuim was. Hierdoor stond de aanslag ten tijde van het bezwaarschrift van belanghebbende nog niet onherroepelijk vast.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de aanslag van belanghebbende werd verminderd met € 489 tot een belastbaar inkomen van € 13.707. Tevens werd belanghebbende in het gelijk gesteld voor proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd op 14 november 2006 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en vermindert de aanslag van belanghebbende tot een belastbaar inkomen van € 13.707.