ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ2820
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.E. de Winter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens niet-geïdentificeerde dieren onder bijzondere omstandigheden
De verdachte werd vervolgd voor het houden van dieren zonder dat deze overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003 waren geïdentificeerd en geregistreerd. Het hof oordeelde dat de omstandigheden uitzonderlijk waren: de verdachte hield slechts een beperkt aantal dieren die niet voor de markt bestemd waren, maar uitsluitend voor vernietiging na overlijden.
De verdachte gebruikte een accuraat documentatie- en identificatiesysteem, inclusief chips en paspoorten, dat voldeed aan de eisen voor gewetensbezwaarden. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor het niet oormerken van runderen, omdat de verdachte zich op gelijke voet bevond met andere gewetensbezwaarden die een handhavingsprotocol volgden.
Voor varkens en schapen gold deze regeling niet, en de verdachte werd vrijgesproken voor de varkens en schapen zonder oormerken. Diverse verweren van de raadsman werden verworpen. Hoewel de verdachte psychische overmacht aanvoerde, faalde dit verweer. Het hof legde uiteindelijk geen straf of maatregel op vanwege de bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het hof legt geen straf op en verklaart het OM niet-ontvankelijk voor het niet oormerken van runderen.