ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A. Schimmel
- N. van Wijnen-Vergeer
- J. Bevaart
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep milieudelict met geen strafoplegging wegens miniem karakter
De verdachte werd vervolgd voor het opzettelijk ontdoen van papier op de openbare weg, in strijd met artikel 10.2 van de Wet milieubeheer juncto de Wet op de economische delicten. In eerste aanleg werd hij schuldig bevonden zonder strafoplegging. Zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie gingen in hoger beroep. Het gerechtshof vernietigde het vonnis en deed opnieuw recht.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het milieudelict op 11 november 2000 te Amsterdam opzettelijk heeft begaan door een kopie van een proces-verbaal op de Prins Hendrikkade op de bodem te werpen. Het hof oordeelde dat het feit een misdrijf oplevert indien opzettelijk begaan, en verwierp het verweer dat het OM niet-ontvankelijk zou zijn vanwege richtlijnen die dergelijke feiten als overtreding beschouwen.
Hoewel het delict strafbaar is en de verdachte strafbaar is, oordeelde het hof dat het delict zo miniem is dat de vervolgingsbeslissing mede lijkt te zijn ingegeven door minachting jegens de verbalisant. Omdat de verdachte niet gestraft kan worden voor minachting of belediging die niet ten laste is gelegd, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen.
Het hof sprak de verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen waren en bepaalde dat het bewezenverklaarde strafbaar is en strafbaar is gesteld. Het vonnis van hoger beroep werd vernietigd en het arrest van het hof is het eindvonnis in deze zaak.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd ondanks bewezen milieudelict vanwege het miniem karakter van het delict.