ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ5823
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- De Vries Robbé-De Roy van Zuydewijn
- Mens
- Valk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gezinsvoogd tot beperking omgangsrecht en vaststelling omgangsregeling na echtscheiding
Na echtscheiding van de ouders zijn de kinderen onder toezicht gesteld en woonde een deel bij de vader, een ander deel bij de moeder of in een behandelgroep. De stichting Bureau Jeugdzorg gaf schriftelijke aanwijzingen die het omgangsrecht van de moeder met enkele kinderen beperkten. De moeder verzocht deze aanwijzingen te laten vervallen en een omgangsregeling vast te stellen.
De rechtbank stelde een omgangsregeling vast, maar verklaarde de schriftelijke aanwijzing vervallen. De stichting ging hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de bevoegdheid van de gezinsvoogd op grond van artikel 1:258 BW Pro ook het beperken van omgangsrecht omvat, mits dit niet in strijd is met rechterlijke besluiten. De rechtbank had deze bevoegdheid ten onrechte buiten toepassing gelaten.
Echter, doordat ouders via mediation een vaststellingsovereenkomst sloten over omgangsregelingen, en de stichting zich daarbij aansloot, had de stichting geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar aanwijzing. Het hof verklaarde de stichting niet-ontvankelijk in zoverre en stelde de omgangsregeling conform de vaststellingsovereenkomst vast, waarbij de omgang tussen moeder en kinderen en tussen vader en kind werd geregeld en maandelijks geëvalueerd.
De proceskosten werden gecompenseerd en het hof verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking en stelt een omgangsregeling vast conform de vaststellingsovereenkomst, waarbij de stichting niet-ontvankelijk wordt verklaard voor het beroep tegen de vervallen schriftelijke aanwijzing.