ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ7727
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- A. Rutten-Roos
- M.A.J.G. Janssen
- Rechtspraak.nl
Appartementseigenaren niet gehouden tot bijdrage vervanging vloer bedrijfsruimte
In deze zaak stond centraal of de kosten van vervanging van de betonnen vloer van een bedrijfsruimte binnen een appartementsrechtcomplex voor rekening van de Vereniging van Eigenaars (VVE) kwamen. De vloer was verzakt en werd door de eigenaar van het bedrijfsappartementsrecht vervangen zonder toestemming van de VVE, die dit betwistte.
De akte van splitsing en het modelreglement van 1973 waren bepalend voor de vraag of de vloer als gemeenschappelijk gedeelte moest worden aangemerkt. Het hof stelde vast dat de vloer geen deel uitmaakt van het casco en zich grotendeels niet onder het woongedeelte bevindt. Ook was de eigenaar van het bedrijfsappartementsrecht volgens de akte zelfstandig aansprakelijk voor het buitenonderhoud van zijn ruimte.
De brief van de VVE waarin werd gesproken over de vloer als gemeenschappelijk gedeelte werd niet als een onherroepelijke erkenning gezien. Het hof concludeerde dat de vloer niet tot de gemeenschappelijke gedeelten behoort en dat de kosten van vervanging dus niet door de VVE gedragen hoeven te worden.
De grief van de eigenaar werd afgewezen en de beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd. De eigenaar werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vloer van de bedrijfsruimte behoort niet tot de gemeenschappelijke gedeelten, waardoor de VVE niet hoeft bij te dragen aan de kosten van vervanging.