ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ9816
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- J.Th.L. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake wijziging alimentatie na verkoop onderneming en loondienst
In deze zaak staat de vraag centraal of de man, na verkoop van zijn onderneming en het aangaan van een loondienstverband, recht heeft op verlaging of nihilstelling van zijn alimentatieverplichting aan de vrouw. Het echtscheidingsconvenant voorziet in wijziging van alimentatie bij ingrijpende wijziging van omstandigheden, zoals een stijging of daling van het inkomen met respectievelijk 20% of 30%.
De man verkocht zijn eenmanszaak per 1 september 2001 en trad in dienst bij de koper met een aanzienlijk lager inkomen dan de fiscale winst uit zijn onderneming in voorgaande jaren. Hij stelde dat gezondheidsredenen hem noopten tot verkoop en dat het inkomen in loondienst redelijk was. De vrouw verzocht om verhoging van de alimentatie, terwijl de man in hoger beroep verzocht de bijdrage op nihil te stellen en de achterstand vast te stellen.
Het hof oordeelde dat de verkoop geen papieren constructie was en dat het lagere loon redelijk was, waardoor geen wijziging van omstandigheden in de zin van het convenant was. De vrouw werd in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het verzoek van de man tot nihilstelling van alimentatie en vaststelling van achterstand, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en verklaart het verzoek tot wijziging alimentatie niet-ontvankelijk, met gelegenheid voor de vrouw om te reageren op het verzoek tot nihilstelling.