ECLI:NL:PHR:2009:BG5842
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie na gijzeling en schuldsanering met beperking draagkracht alimentatieplichtige
In deze zaak gaat het om de alimentatieverplichting van een man jegens zijn ex-echtgenote na hun echtscheiding. De man verkocht zijn onderneming en trad in dienst bij een ander bedrijf. Na een periode van gijzeling wegens niet-betaalde alimentatie werd vastgesteld dat zijn verdiencapaciteit blijvend was aangetast, waardoor hij niet meer in staat was hetzelfde inkomen te genereren als voorheen.
Het hof stelde de alimentatie vanaf het moment van zijn ontslag uit gijzeling vast op een bedrag dat zijn besteedbaar inkomen niet onder 90% van de bijstandsnorm bracht. Tevens bepaalde het hof dat vanaf het moment van definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling de man geen alimentatie meer verschuldigd was.
De vrouw stelde cassatie in tegen deze beslissingen, onder meer over de waardering van de verkoop van de onderneming en de gevolgen van de gijzeling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd, dat de gijzeling blijvende gevolgen had voor de verdiencapaciteit en dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling in deze context leidde tot opnihilstelling van de alimentatie. Het cassatiemiddel werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de alimentatieplicht van de man beperkt is tot een bedrag dat zijn inkomen niet onder 90% van de bijstandsnorm brengt en dat tijdens schuldsanering geen alimentatie verschuldigd is.