ECLI:NL:GHAMS:2006:BA5378
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.E. de Winter
- P.C. Kortenhorst
- P.J. Baauw
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na verduistering
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 4 december 2006 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Haarlem van 13 februari 2006, waarin veroordeelde was veroordeeld voor medeplegen van verduistering en een ontnemingsvordering was toegewezen.
De verdediging voerde aan dat het wederrechtelijk verkregen voordeel slechts een vijfde deel van de buit bedroeg, omdat de buit onder vijf personen was verdeeld. Het hof verwierp dit en stelde het voordeel vast op €153.530, waarbij rekening werd gehouden met gemaakte kosten en een reeds toegewezen bedrag van €4.500 aan de benadeelde partij.
Daarnaast behandelde het hof het draagkrachtverweer van veroordeelde, die stelde niet in staat te zijn het volledige bedrag te betalen vanwege zijn financiële situatie. Het hof oordeelde dat veroordeelde voldoende verdiencapaciteit heeft en dat draagkrachtproblemen eventueel in de executiefase kunnen worden beoordeeld.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door de ontnemingsverplichting tot betaling van €153.530 aan de Staat op te leggen. Dit arrest is onherroepelijk geworden na niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €153.530 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.