ECLI:NL:HR:2008:BD0420
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na verduistering
In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van €153.530,- als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een verduistering. De betrokkene had samen met een mededader een overval in scène gezet en was na de verduistering met de volledige buit vertrokken.
De verdediging had verzocht om het horen van meerdere getuigen die uiteenlopende verklaringen hadden gegeven over de verdeling van de buit en de betrokkenheid van anderen. Het hof wees dit verzoek af omdat het onvoldoende onderbouwd was en het vonnis in de hoofdzaak onherroepelijk was, waardoor het niet aannemelijk was dat het horen van deze getuigen de verdediging zou versterken.
Verder verwierp het hof het verweer dat de betrokkene slechts een deel van het voordeel had verkregen omdat de buit onder meerdere personen verdeeld zou zijn. Het hof stelde vast dat de betrokkene de volledige buit had verkregen en dat de kosten en reeds toegewezen schadevergoeding in mindering moesten worden gebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het verzoek tot het horen van getuigen terecht was afgewezen. Ook het oordeel over de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel was niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering van €153.530,- wordt bevestigd.