ECLI:NL:GHAMS:2007:BA3498
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.H.A. Scholten
- A.C.M.P. van Breukelen-van Aarnhem
- F.A. Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken voorwaardelijk opzet bij onbeschermde seksuele gemeenschap met HIV-besmetting
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot doodslag wegens onbeschermde seksuele gemeenschap terwijl hij met het HIV-virus besmet was. Na meerdere beroepsprocedures en verwijzing door de Hoge Raad, heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van het gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigd en de zaak opnieuw beoordeeld.
Het hof heeft uitgebreid deskundigen gehoord die stelden dat de kans op HIV-overdracht afhankelijk is van vele variabelen en dat een statistische kansberekening geen sluitende maatstaf is voor voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat onbeschermde seksuele contacten door een HIV-besmet persoon gevaarlijk zijn, maar zonder bijzondere risicoverhogende omstandigheden niet leiden tot een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel.
Het hof concludeerde dat in deze zaak niet is gebleken van zodanige bijzondere omstandigheden die een aanmerkelijke kans op besmetting en zwaar letsel aannemelijk maken. Daarom is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had. De verdachte is vrijgesproken van de tenlastelegging. De vorderingen van de benadeelden zijn niet-ontvankelijk verklaard.
Deze uitspraak benadrukt de terughoudendheid bij het opleggen van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor HIV-besmetting zonder concrete risicoverhogende omstandigheden, mede gelet op volksgezondheidsbelangen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van voorwaardelijk opzet op besmetting met HIV-virus.