ECLI:NL:HR:2003:AF8058
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest poging tot doodslag wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet op dood door HIV-besmetting
De zaak betreft een verdachte die onbeschermde seksuele gemeenschap had met twee personen terwijl hij wist dat hij HIV-positief was en de risico's kende. Het hof had hem veroordeeld voor poging tot doodslag, stellende dat hij zich willens en wetens blootstelde aan de aanmerkelijke kans dat de slachtoffers zouden overlijden door besmetting.
De verdachte had verklaard dat hij zijn besmetting geheim wilde houden en ondanks een morele plicht dit niet meldde, uit angst voor ontdekking. Deskundigen bevestigden dat HIV een dodelijke ziekte is, maar dat de kans op besmetting en overlijden varieert en mede afhankelijk is van medische behandeling.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de zwaarte van het gevolg (de dood) heeft meegewogen bij de beoordeling van de aanmerkelijke kans, terwijl deze kans volgens algemene ervaringsregels moet worden beoordeeld zonder rekening te houden met het gevolg. Uit het bewijsmateriaal kon wel worden afgeleid dat de verdachte een aanmerkelijke kans op besmetting creëerde, maar niet dat hij een aanmerkelijke kans op de dood aanvaardde.
Daarom is het bewijs voor voorwaardelijk opzet op de dood onvoldoende gemotiveerd en vernietigt de Hoge Raad het arrest. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep, met de mogelijkheid tot wijziging van de tenlastelegging richting poging tot zwaar lichamelijk letsel.
De uitspraak benadrukt het belang van een correcte juridische interpretatie van voorwaardelijk opzet en de beoordeling van aanmerkelijke kans in strafzaken rond HIV-besmetting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet op de dood en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar een ander hof.