ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4802
Gerechtshof Amsterdam
- Verzet
- O.B. Onnes
- P.F. Goes
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Overschrijding bezwaartermijn niet verschoonbaar bij navorderingsaanslag vermogensbelasting
Belanghebbende tekende een vaststellingsovereenkomst inzake buitenlandse banktegoeden en werd een navorderingsaanslag vermogensbelasting 1998 opgelegd. Het bezwaarschrift tegen deze aanslag werd echter pas ruim na de wettelijke termijn ingediend. Belanghebbende voerde aan dat hij onder druk had getekend en aanvankelijk meende geen bezwaar te kunnen maken, en dat hij pas later via een gemachtigde bezwaar kon indienen.
Het Hof onderzocht de dagtekening van de volmacht aan de gemachtigde en hoorde de echtgenote van belanghebbende als getuige. Uit haar verklaring bleek dat de volmacht al in maart 2003 was ondertekend, wat de stelling van de gemachtigde dat het contact pas in januari 2004 was begonnen, ondermijnde. Het Hof achtte de verklaring van de advocaat-machtigde niet geloofwaardig.
Gelet op deze feiten oordeelde het Hof dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat belanghebbende redelijkerwijs in verzuim was door het bezwaarschrift pas in januari 2004 in te dienen. Ook eventuele wilsgebreken bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst konden dit niet rechtvaardigen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.