ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8334
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen persoonlijke aansprakelijkheid voor bestuurders en aandeelhouders bij niet-betaling door vennootschap
In deze civiele zaak vordert eiseres [A] betaling van openstaande facturen van [M] B.V., een vennootschap die onder toezicht staat van [X] en [Y-Z], waarbij ook de echtgenoot [Y] betrokken is. [A] stelt dat [X] c.s. persoonlijk aansprakelijk zijn wegens onrechtmatig handelen en onvoldoende verhaal bieden.
De rechtbank had de vordering afgewezen wegens onvoldoende stelplicht van eiseres omtrent de onmogelijkheid tot executie. Het hof oordeelt dat executie inderdaad niet tot betaling zou leiden, maar dat dit niet leidt tot vernietiging van het verstekvonnis.
Het hof stelt dat persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders alleen geldt indien zij wisten of behoorden te begrijpen dat de vennootschap niet zou kunnen betalen en geen verhaal zou bieden. Echter, [A] heeft onvoldoende concrete feiten gesteld die dit aantonen. De opdracht was gegeven door een ander persoon en niet door de bestuurster [Y]. Ook de stellingen over een ondoorzichtige structuur en geldstromen zijn onvoldoende onderbouwd.
Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en draagt [A] de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot persoonlijke aansprakelijkheid af wegens onvoldoende concrete feiten.