ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9870
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Investeringsaftrek voor bouwpakket vliegtuig als bedrijfsmiddel bevestigd
Belanghebbende investeerde in 2001 € 3.786 in een bouwpakket van een eenmotorig vliegtuig. De inspecteur stelde dat dit bouwpakket geen bedrijfsmiddel was en dat de uitgaven recreatief van aard waren, waardoor geen investeringsaftrek kon worden toegekend.
De rechtbank Haarlem oordeelde echter dat het vliegtuig als bedrijfsmiddel moest worden aangemerkt en kende investeringsaftrek toe, hoewel afschrijvingen werden geweigerd omdat het vliegtuig pas in 2006 in gebruik werd genomen. De inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof stelde vast dat de vraag of het bouwpakket tot het ondernemingsvermogen behoort afhangt van de wil van de ondernemer, mits redelijk. Belanghebbende toonde aan dat het vliegtuig diende voor zakelijke reizen naar buitenlandse klanten, met een lijst van 35 adressen ter onderbouwing.
Het Hof achtte aannemelijk dat het bouwpakket en het te bouwen vliegtuig redelijkerwijs bestemd waren voor gebruik binnen de onderneming. De bezwaren van de inspecteur over het nut werden verworpen, mede omdat het vliegtuig op kleine vliegveldjes kon landen en tijdsbesparingen opleverde.
Het Hof concludeerde dat de uitgaven in 2001 voortbrengingskosten zijn van een bedrijfsmiddel, waardoor belanghebbende recht heeft op investeringsaftrek conform de Wet inkomstenbelasting 2001. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskosten werden aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.