ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9874
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen heffingsrente bij definitieve aanslag inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende kreeg in 2002 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting met een uitbetaling van gecombineerde heffingskorting. Bij de definitieve aanslag werd deze heffingskorting verrekend en heffingsrente opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of de definitieve aanslag conform de voorlopige aanslag moest worden vastgesteld op grond van het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel, en of de heffingsrente terecht was opgelegd. Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet gebonden is aan de voorlopige aanslag en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen vergelijkbare gevallen waren aangetoond.
Wel achtte het Hof de heffingsrente onterecht opgelegd, gelet op uitlatingen van de staatssecretaris dat in soortgelijke situaties heffingsrente verminderd of kwijtgescholden kan worden. Het Hof vernietigde daarom de heffingsrente en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De heffingsrente bij de definitieve aanslag wordt vernietigd en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.