ECLI:NL:RBHAA:2006:BB2862
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige aanslag terecht verrekend met definitieve aanslag en beroep op vertrouwensbeginsel faalt
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002, met name tegen de verrekening van de gecombineerde heffingskorting uit de voorlopige aanslag met de definitieve aanslag, de vaststelling van de persoonsgebonden aftrek, het ontbreken van te verrekenen verliezen en gestalde aftrek op het aanslagbiljet, het ontbreken van een hoorzitting in de bezwaarprocedure en het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat de voorlopige aanslag slechts een voorlopige grondslag is voor de definitieve aanslag en dat de inspecteur niet gebonden is aan het standpunt van de voorlopige aanslag, tenzij de belastingplichtige een aangelegenheid uitdrukkelijk en gemotiveerd heeft voorgelegd en de inspecteur een weloverwogen standpunt heeft ingenomen. Dit is hier niet het geval, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
Verder wordt het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank verhoogt het bedrag van de niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek van € 3.636 naar € 9.583. De grieven over het ontbreken van te verrekenen verliezen en gestalde aftrek worden afgewezen omdat daarvoor geen feiten of rechtsregels gelden die dit vereisen.
Ten aanzien van de hoorzitting wordt geoordeeld dat eiser geen verzoek tot hoorzitting heeft gedaan en dat hij in de gelegenheid is gesteld zijn bezwaar mondeling toe te lichten. Het beroep tegen de heffingsrente wordt ontvankelijk verklaard en afgewezen omdat de wettelijke regeling geen ruimte laat voor vermindering of achterwege laten van de heffingsrente. Het beroep wordt in zijn geheel gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag gehandhaafd op nihil belastbaar inkomen. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag gehandhaafd op nihil belastbaar inkomen en de persoonsgebonden aftrek verhoogd naar € 9.583.