ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9930
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep herinvesteringsvoornemen Wet inkomstenbelasting 2001 niet aannemelijk
Belanghebbende, een vennootschap, had bezwaar gemaakt tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 2001, waarbij zij een herinvesteringsreserve wilde vormen op grond van artikel 3.54 Wet IB 2001. De rechtbank Haarlem had het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot nihil, stellende dat er een herinvesteringsvoornemen bestond.
De inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof stelde vast dat belanghebbende zich slechts oriënteerde op mogelijke vervangende investeringen, maar niet aannemelijk had gemaakt dat er een concrete wil tot herinvestering bestond. Ook de omstandigheden rond beëindiging van de bedrijfsactiviteiten en het ontbreken van bewijsstukken zoals notulen of besprekingsverslagen spraken tegen het bestaan van een herinvesteringsvoornemen.
Het Hof oordeelde dat de rechtbank onvoldoende gronden had gegeven om het herinvesteringsvoornemen aan te nemen en vernietigde de uitspraak. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting gehandhaafd blijft. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanslag vennootschapsbelasting gehandhaafd blijft.