ECLI:NL:GHAMS:2007:BB3136
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.M.H. van Staveren
- C.A. Joustra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekerd belang arbeidsongeschiktheidsverzekering na faillissement directeur
De zaak betreft een geschil tussen een directeur van een klein bouwbedrijf en zijn arbeidsongeschiktheidsverzekeraar. De directeur had een verzekering afgesloten die uitkering biedt bij inkomensderving door arbeidsongeschiktheid. Nadat zijn bedrijf failliet ging, weigerde de verzekeraar uitkering met het argument dat het verzekerd belang was vervallen omdat het bedrijf niet langer loon kon betalen.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid van de directeur gedekt was en dat het royement van de polis onrechtmatig was. De verzekeraar ging in hoger beroep en stelde dat het verzekerd belang was komen te vervallen door het faillissement van het bedrijf.
Het hof overwoog dat bij de uitleg van de verzekeringsovereenkomst niet alleen de bewoordingen, maar ook de concrete omstandigheden en verwachtingen van partijen moeten worden betrokken. Het hof stelde vast dat het verzekerd belang niet beperkt was tot het behoud van het loon uit het bedrijf, maar ook het inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid omvatte, ongeacht het faillissement.
Verder wees het hof op het feit dat de verzekeraar eerder uitkering had verleend ondanks doorbetaling van loon, en dat het blijven opeisen van premies na faillissement niet strookte met haar standpunt. Het hof concludeerde dat het verzekerd belang niet was vervallen en verwierp het beroep van de verzekeraar.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, wees de zaak terug voor verdere behandeling en veroordeelde de verzekeraar in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de arbeidsongeschiktheidsverzekering dekking biedt ondanks het faillissement van het bedrijf.