ECLI:NL:GHAMS:2007:BB3708
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Huijzer
- J.C.W. Rang
- G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens onderverhuur zonder hoofdverblijf huurder
De huurder, A., had een driekamerwoning gehuurd en verbleef jaarlijks enkele maanden in Indonesië. Sinds najaar 2003 verbleef hij niet meer daadwerkelijk in de woning, terwijl hij deze geheel onderverhuurde aan twee studentes. A. stelde dat hij nog een slaapkamer gebruikte, maar het hof oordeelde dat het gebruik van een klein slaapkamertje slechts in de weekenden niet als hoofdverblijf kon worden aangemerkt.
De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden wegens wanprestatie op grond van artikel 7:244 BW Pro, omdat onderverhuur zonder hoofdverblijf van de huurder niet is toegestaan. Het hof bevestigde dit oordeel en wees op het ontbreken van toezicht door A. op de onderhuurders, wat kenmerkend is voor hospitaverhuur.
De bewijsaanbiedingen van A. werden gepasseerd omdat hij zijn stelplicht en bewijslast omtrent het hoofdverblijf niet had voldaan. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde A. in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens onderverhuur zonder hoofdverblijf van de huurder.