ECLI:NL:GHAMS:2007:BB4209
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- P.M.F. van Loon
- O.B. Onnes
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over legesaanslag bouwvergunning en tariefdifferentiatie
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een winkelpand dat tevens rijksmonument is. De heffing van leges werd gebaseerd op een bouwsom van tien miljoen euro, waarvan belanghebbende betwistte dat alle kosten bouwkosten in de zin van de Woningwet waren.
De heffingsambtenaar had tweemaal uitspraak gedaan op bezwaar, waarbij de aanslag werd verminderd tot een bedrag gebaseerd op een bouwsom van circa 6,86 miljoen euro. Belanghebbende stelde dat alleen een bedrag van circa 3,25 miljoen euro bouwkosten legesplichtig was.
Het Hof oordeelde dat de Verordening op de heffing van leges niet onrechtmatig was en dat het stadsdeel niet verplicht was een tariefdifferentiatie te maken tussen lichte en reguliere bouwvergunningen. Tevens werd geoordeeld dat het vervangen van vloerafwerkingen, systeemplafonds, roltrappen en technische installaties als bouwen in de zin van de Woningwet moest worden aangemerkt.
Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard voor zover het ging om de procedurele ontvankelijkheid, maar de aanslag werd gehandhaafd op het door verweerder vastgestelde bedrag van € 190.630. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de ontvankelijkheid, maar de legesaanslag wordt gehandhaafd op € 190.630.