ECLI:NL:GHAMS:2007:BB7971
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht en misleiding bij Sprintplan-effectenlease-overeenkomsten door Aegon Bank
Het geschil betreft Sprintplan-effectenlease-overeenkomsten die Aegon Bank tussen 1997 en 2001 met beleggers sloot. Deze overeenkomsten hielden in dat Aegon een krediet beschikbaar stelde dat direct werd belegd in een beleggingsfonds, waarbij de wederpartij maandelijks rente betaalde. Aan het einde van de looptijd moest het krediet worden terugbetaald uit de verkoopopbrengst van de beleggingen. Aegon garandeerde een bepaalde waarde van de beleggingen, maar deze garantie gold niet bij tussentijdse beëindiging.
De Stichting Gedupeerden Spaarconstructie stelde dat de overeenkomsten nietig of vernietigbaar waren wegens strijd met dwingende wetgeving en dat Aegon onrechtmatig had gehandeld door misleidende mededelingen te doen en tekort te schieten in haar zorgplicht. Het hof oordeelde dat de overeenkomsten niet nietig zijn en dat de mededelingen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst niet misleidend waren. Wel stelde het hof vast dat Aegon tekort is geschoten in haar bijzondere zorgplicht door het nalaten van een duidelijke waarschuwing voor het risico van restschulden bij tussentijdse beëindiging en door het niet inwinnen van informatie over de financiële positie van beleggers.
De rechtbank had reeds vastgesteld dat Aegon onrechtmatig had gehandeld, en het hof bevestigde dit oordeel. Echter, een algemene verplichting tot schadevergoeding kon niet worden vastgesteld in deze collectieve procedure, omdat schade en causaliteit per individuele belegger moeten worden beoordeeld. De vorderingen tot schadevergoeding werden daarom afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Aegon in de proceskosten van het principaal beroep, terwijl de Stichting de kosten van het incidenteel beroep moest dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en stelt vast dat Aegon tekort is geschoten in haar zorgplicht, maar wijst de vorderingen tot nietigheid en algemene schadevergoeding af.