ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0317
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- E.F. Faase
- M. Flipse
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht en uitleg IPO-definitie bij beursnotering Priority Telecom
In deze zaak staat centraal de uitleg van de IPO-definitie in de Shareholders Agreement tussen Cignal aandeelhouders, Priority Telecom en UPC, en de vraag of UPC haar zorgplicht is nagekomen bij de beursnotering van Priority.
De rechtbank had de technische notering van bestaande aandelen Priority aangemerkt als IPO, ondanks het gebruikelijke begrip van IPO als uitgifte van nieuwe aandelen. Het hof bevestigt deze uitleg op basis van de tekst van de overeenkomst, de onderhandelingen en verklaringen van betrokkenen. Het hof stelt vast dat UPC en Priority zich moesten inspannen om een actieve handelsmarkt te creëren, zodat de Cignal aandeelhouders hun aandelen aan derden konden verkopen.
De omstandigheden op de effectenbeurzen en interne beslissingen van UPC leidden tot een zeer beperkte free float en illiquide aandelen, waardoor de exitmogelijkheid voor de Cignal aandeelhouders aanzienlijk werd verkleind. UPC heeft onvoldoende gedaan om dit te voorkomen. Het hof oordeelt dat UPC toerekenbaar tekort is geschoten en onrechtmatig heeft gehandeld. UPC heeft bovendien onredelijk geweigerd mee te werken aan de uitoefening van de Stock Purchase Option, waardoor zij schadevergoeding verschuldigd is aan de Cignal aandeelhouders.
De zaak wordt verwezen voor nadere schadevaststelling en er is tussentijds cassatieberoep toegestaan.
Uitkomst: UPC is toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht bij de beursnotering van Priority en moet schadevergoeding aan de Cignal aandeelhouders betalen.