ECLI:NL:PHR:2010:BK1610
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht en uitleg IPO-definitie in aandeelhoudersovereenkomst bij technische notering
De zaak betreft een geschil tussen de Cignal aandeelhouders en UPC over de nakoming van de Shareholders Agreement, waarin UPC en Priority zich verplichtten een beursnotering (IPO) te realiseren. De kernvraag was of de technische notering van bestaande aandelen Priority aan Euronext Amsterdam als een IPO in de zin van de overeenkomst moest worden beschouwd en of UPC haar verplichtingen was nagekomen.
De rechtbank en het hof pasten de Haviltex-maatstaf toe en concludeerden dat de technische notering wel degelijk onder de IPO-definitie valt, ondanks dat deze afwijkt van de gebruikelijke betekenis van een IPO als uitgifte van nieuwe aandelen. Het hof stelde dat UPC een inspanningsverplichting had ('reasonable endeavours') om een actieve handelsmarkt te creëren, wat een zorgplicht inhoudt, maar geen resultaatsverplichting. UPC had zich onvoldoende ingespannen om een reële exitmogelijkheid voor de Cignal aandeelhouders te realiseren.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof niet buiten de rechtsstrijd was getreden door deze uitleg te hanteren en dat de zorgplicht uit de overeenkomst volgt. Ook oordeelde de Hoge Raad dat UPC ten onrechte de uitoefening van de Stock Purchase Option had geweigerd op grond van formele voorwaarden. De technische notering voldeed niet aan de zorgplicht en UPC is toerekenbaar tekortgeschoten, waardoor de Cignal aandeelhouders hun optierecht terecht konden uitoefenen.
Uitkomst: UPC is toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht en moet meewerken aan de uitoefening van de Stock Purchase Option door de Cignal aandeelhouders.