ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0806
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- W.P. Otto
- Rechtspraak.nl
Geen levering bij executoriale verkoop van roerende zaken van derden in omzetbelasting
Het geschil betreft de vraag of de inspecteur terecht een naheffingsaanslag omzetbelasting heeft opgelegd aan belanghebbende over de executieopbrengst van roerende zaken waarop executoriale bodembeslagen waren gelegd. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd. Het hof bevestigt dit oordeel.
De feiten betreffen dat diverse vennootschappen behorende tot belanghebbende failliet zijn verklaard en dat op hun roerende zaken conservatoire en executoriale beslagen zijn gelegd. De ontvanger heeft deze goederen verkocht via executoriale verkoop, waarbij de opbrengst is aangewend ter voldoening van belastingvorderingen. Belanghebbende heeft geen beschikkingsmacht als eigenaar over deze goederen gehad.
De inspecteur stelde dat belanghebbende de goederen had geleverd in de zin van artikel 3 Wet Pro OB en dat zij daarom omzetbelasting verschuldigd was, onder meer op grond van artikel 37 Wet Pro OB. Het hof oordeelt dat geen sprake is van levering door belanghebbende omdat de goederen eigendom van derden waren en niet tot het bedrijfsvermogen van belanghebbende behoorden. Ook de facturen met omzetbelasting zijn niet door belanghebbende zelf uitgereikt of opgemaakt, zodat artikel 37 Wet Pro OB niet van toepassing is.
Het hof bevestigt dat de executoriale verkoop door de ontvanger niet leidt tot levering door belanghebbende en verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond. Tevens veroordeelt het hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond en bevestigt de vernietiging van de naheffingsaanslag omzetbelasting.