ECLI:NL:GHAMS:2008:BC5523
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken werkgeverschap in zaak arbeid vreemdelingen zonder vergunning
In hoger beroep is verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde dat hij vreemdelingen in Nederland arbeid zou hebben laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte als werkgever kon worden aangemerkt.
De verdachte had geen instructies gegeven, geen betalingen gedaan en de vreemdelingen waren in dienst van een andere werkgever. De fysieke werkzaamheden werden uitgevoerd door eigen werknemers van verdachte. De banden werden slechts bekeken en aangewezen aan eigen werknemers.
Het hof vernietigde het vonnis van de economische politierechter en sprak verdachte vrij. De vordering van het openbaar ministerie tot een voorwaardelijke geldboete werd afgewezen. Hiermee werd bevestigd dat er geen sprake was van werkgeverschap in de ruime zin van de Wet arbeid vreemdelingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat sprake was van werkgeverschap in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen.