ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9300
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling voor echtgenote zonder zeggenschap in vennootschap
Appellante, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met een vennoot van een vennootschap onder firma, verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Alkmaar wees dit verzoek af omdat zij meende dat appellante niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden.
In hoger beroep stelde appellante dat zij geen zeggenschap had in de vennootschap, geen werkzaamheden verrichtte en geen wetenschap had van de schulden. Het hof stelde vast dat de schulden enkel waren ontstaan door de gemeenschap van goederen en het handelen van haar echtgenoot als vennoot.
Het hof oordeelde dat appellante voldoende aannemelijk had gemaakt te goeder trouw te zijn geweest en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Het hof verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog van toepassing en verwees de zaak terug naar de rechtbank Alkmaar voor verdere afhandeling.
De beslissing biedt appellante de mogelijkheid om uit haar financieel benarde situatie te komen, ondanks de omvangrijke schuldenlast die voortkomt uit de vennootschap van haar echtgenoot.
Uitkomst: De wettelijke schuldsaneringsregeling wordt alsnog van toepassing verklaard op appellante.