ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1739
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en omkering bewijslast bij te late aangifte inkomstenbelasting
Belanghebbende had voor de jaren 1996 en 1997 zijn aangifte inkomstenbelasting niet tijdig ingediend, waardoor de inspecteur navorderingsaanslagen oplegde met boeteverhogingen. Het Gerechtshof Amsterdam heeft na verwijzing door de Hoge Raad de zaak inhoudelijk behandeld.
Het hof bevestigde dat de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht is toegepast omdat belanghebbende pas bij bezwaar de aangiften indiende. De ondernemingsactiviteiten werden aan belanghebbende toegerekend en niet aan zijn echtgenote. Belanghebbende slaagde er niet in het urencriterium voor zelfstandigenaftrek aan te tonen.
De winstcorrectie van de inspecteur werd als redelijk vastgesteld. Hoewel de boete passend werd geacht, matigde het hof deze vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De proceskosten werden aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen zijn bevestigd met matiging van de boete wegens overschrijding redelijke termijn en kwijtschelding van een deel van de verhoging.