ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1816
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen verlengde invoer cocaïne wegens ontbreken strafrechtelijke aansprakelijkheid
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met tenlastelegging van medeplegen van verlengde invoer van cocaïne. De zaak betrof een situatie waarbij verdachte op verzoek naar Schiphol ging om een koffer in bewaring te nemen en door te geven waar deze was opgeborgen.
Op de dag van de feiten was de cocaïne reeds uit de koffer verwijderd voordat verdachte werd benaderd en tot handelen overging. Dit bleek uit het tijdstip van aanhouding en de verklaringen omtrent de overdracht van de koffer en de betrokkenheid van medeverdachte.
Het hof oordeelde dat de handelingen van verdachte geen strafbare feiten konden opleveren omdat de cocaïne niet meer in de koffer aanwezig was. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke bestanddeel van het strafbare feit. De verdediging werd daarmee in het gelijk gesteld en de verdachte werd vrijgesproken.
De eerdere veroordeling van de rechtbank werd vernietigd en het vonnis werd opnieuw gewezen met vrijspraak. De door de verdediging aangevoerde overige verweren behoefden geen nadere bespreking vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van strafrechtelijke aansprakelijkheid omdat de cocaïne al was verwijderd voordat hij handelde.